Gegenwind im Reichswald

Bezwaren tegen turbines in het Reichswald

Wij zijn voorstander van schone energie. Duurzaamheid is een noodzaak, zoveel is duidelijk. Het Reichswald als locatie voor een windpark vinden we echter een te hoge prijs. Wij vinden dat windparken niet thuishoren in kostbare en kwetsbare bosgebieden en beter geplaatst kunnen worden in bijvoorbeeld weilanden langs snelwegen of uit het zicht, ver op zee.

De steile beboste heuvels van de stuwwal, oprijzend vanuit de rivierdalen van Maas en Rijn vormen een bijzonder landschappelijk baken. Er is nog geen sprake van horizonvervuiling door grote gebouwen en hoogspanningsmasten. De stuwwal behoort daardoor tot een van de weinig ongeschonden landschappen van de streek. De geplande windturbines met een tiphoogte van 200 m zullen een enorme inbreuk betekenen op dit landschap.

De Nijmeegs-Kleefse stuwwal is een uniek overblijfsel uit de ijstijd. Het omvat het enige hoefijzervormige tongbekken in Nederland dat in één blikveld te overzien is. Dit landschap heeft mede daarom voor mensen een grote belevingswaarde en vormt de basis voor het toerisme in de streek. Nederlandse kustgemeenten met toerisme als belangrijke bron van inkomsten, vrezen voor afname van banen wegens horizonvervuiling veroorzaakt door windparken op zee, die vanaf het strand zichtbaar zijn. Als dat waar is zal dat ook gelden voor de grensstreek rond het Reichswald, bekend om zijn landschappelijke schoonheid.

Het bosgebied tussen Nijmegen en Kleef heeft een oppervlakte van bijna 10.000 ha. Het behoort daarmee tot één van de grootste aaneengesloten bosgebieden van zowel Nederland als in Kreis Kleve. Bossen vormen het eindstadium van natuurontwikkeling en zijn gebieden waar de natuur centraal staat. Daar passen geen windturbines in. 

Naarmate een bosgebied een grotere omvang heeft, neemt de (natuur)waarde toe. Een windturbinepark langs de Kartenspielerweg is schadelijk, doordat industriële activiteit (beweging, geluid, onderhoudswerk) onrust geeft en de uitstraling aantast. Effectief zal hierdoor de waarde van het Reichswald als geheel afnemen. Het Forstambt, dat meent dat het zuidwestelijke deel minder natuurwaarde bezit, gaat hieraan voorbij.

Tevens geldt dat bij een eventuele brand - bijvoorbeeld wegens een technisch defect of blikseminslag - de schade in een bosomgeving niet te overzien is. Vanwege de enormen hoogte kan een turbinebrand niet geblust worden. De brandweer laat het vuur uitwoeden. De vele tonnen zware rotorbladen starten daarbij brandend naar beneden. De gevolgen van zo'n ongeval in het Reichswald tijdens een droge zomer kan men zich voorstellen. Dat branden in windturbines geen zeldzaamheid is, is ondermeer op te maken uit de Liste von Unfällen an Windkraftanlagen in Deutschland und Österreich.

Tenslotte kent windkracht beperkingen, risico's en helaas ook nadelen, die van belang zijn in de afweging om een kostbaar bosgebied te offeren aan windkracht:

  • Windkracht zal maar een klein deel van de volledige energievraag kunnen leveren. Andere duurzame bronnen zullen nodig zijn.
  • Energie uit windturbines kan (nog) niet worden opgeslagen. Windparken produceren een zeer wisselend aanbod omdat windturbines niet altijd kunnen draaien. Soms waait het te weinig of juist teveel. Er zijn locaties waar windturbines op bepaalde tijden niet mogen draaien, vanwege gevaar voor dieren of andere overlast. De fluctuaties in de stroomproductie zullen moeten worden opgevangen door andere bronnen. Voorlopig blijven daarvoor gas en kolencentrales nodig. Om deze opvang te garanderen worden er inmiddels kolencentrales bijgebouwd.
  • Stroom kan niet vervoerd worden over grotere afstanden zonder grote verliezen. De opgewekte stroom moet dus in de directe omgeving (kunnen) worden gebruikt.
  • Windparken bederven de schaarse collectieve open ruimte in ons dichtbevolkte land. Windturbines hebben ongewenste neveneffecten voor de mens, de woon- en leefomgeving, landschap en natuur. Ze veroorzaken geluidsoverlast, slagschaduw, horizonvervuiling en vormen gevaar voor vogels en vleermuizen. Aanleg van windparken op land stuit daarom in toenemende mate op verzet.
  • Op zee is meer wind en meer plaats dan op land. De aanleg en het onderhoud op open zee is echter veel duurder en het transport over grote afstanden is een probleem. Men  verwacht dat in de toekomst windparken op zee rendabeler worden, als bijvoorbeeld de techniek zich verder ontwikkelt en de stroomprijs stijgt. 
  • Windenergie is (nog) niet rendabel. Het bestaat dankzij forse subsidies van de overheid. Dit slokt veel gemeenschapsgeld op, waarvan energiebedrijven, initiatiefnemers en grondeigenaren profiteren (volgens het NKPW gaat het in Nederland om honderd miljoen euro per jaar).
  • Tegelijk is investeren in windkracht riskant, mede door deze afhankelijkheid van een gulle overheid. Wanneer het vertrouwen daarin wankelt worden investeringsplannen afgeblazen (bijv. in Bremen) en gaan er ondernemingen failliet (bijv. Prokon).
  • Het argument dat windkracht de uitstoot van CO2 doet afnemen is verraderlijk.
    • Ten eerste blijft een aanvullende krachtbron nodig, vanwege wisselende windsterkte. De fluctuaties in het stroomnet worden opgevangen door kolen- en gascentrales. Is er veel wind, dan gaat er een nabije centrale op een lager pitje, bij minder wind moet worden bijgeschakeld.
    • Ten tweede dient men zich te realiseren dat bij de productie, transport en aanleg van windkrachtparken veel CO2 vrijkomt. Zo is bijvoorbeeld brandstof nodig voor transport per schip, trein, truck of helikopter. Er is berekend dat hooguit 30% van de door wind opgewekte stroom daadwerkelijk CO2-vrij is.
    • Tenslotte betekent een afname van de CO2 in het ene land een verhoogde emissienorm elders, aangezien emissienormen verhandelbaar zijn. Er kunnen dan (elders in Europa) extra kolencentrales worden bijgebouwd.

In het licht van bovenstaande bezwaren vinden wij het onwenselijk en onverstandig om een windpark aan te leggen in een kostbaar natuurgebied als het Reichswald.